Onderwijs

Kinderen hebben een natuurlijke drang om te leren. Daar sluiten wij in ons onderwijs bij aan. Ze krijgen veel ruimte en vrijheid om zelf te ontdekken en te groeien, uiteraard binnen duidelijke kaders en verantwoordelijkheden. Zo mogen ze zelf hun werkjes kiezen, als ze maar voldoen aan de belangrijke regel: je maakt af waar je aan begonnen bent. Vrijheid en (zelf)discipline gaan dus hand in hand. Leren kiezen en zelf de volgorde bepalen zijn belangrijke stappen op weg naar zelfstandigheid.

Onze doorgaande leerlijnen zorgen voor samenhang in het aanbod. Dat gaat van heel concreet in de onderbouw naar steeds abstracter. We dagen kinderen continu uit, stimuleren hen en bieden structuur, passend bij hun ontwikkelingsfase. Zo prikkelen we ze om een onderzoekende houding aan te nemen. Doordat de kinderen in gemengde groepen zitten, met kinderen van verschillende leeftijden, helpen ze elkaar en worden ze geholpen. Een goede voorbereiding op samen leven later.

Een belangrijk kenmerk van Montessori onderwijs is de groepssamenstelling. Onze kinderen zitten in heterogene klassen, dat wil zeggen met kinderen van verschillende leeftijden. Zo zijn ze een keer de jongste van de groep, de middelste en de oudste. Elke plek biedt nieuwe kansen, mogelijkheden en ook leermomenten.

  • Onderbouw: groep 1 en 2. Kinderen zijn vooral gericht op zintuiglijke ontwikkeling.
  • Middenbouw: groep 3, 4 en 5. Kinderen willen deel uitmaken van ‘de wereld van de volwassenen’. De lokalen zijn zo ingericht dat de instrumentele vaardigheden (lezen, schrijven, rekenen) van het kind ontwikkeld worden.
  • Bovenbouw: Kinderen zijn gericht op de wereld om hen heen. Kosmisch onderwijs neemt een belangrijke plaats in en er is veel ruimte om samen te werken.